Of jouw onderneming sociale verkiezingen moet organiseren in 2028, hangt af van het gewoonlijk gemiddelde aantal werknemers tijdens de vooraf vastgestelde referteperiode: tussen 1 oktober 2026 en 30 september 2027.
Staat de teller op 1 oktober 2027 op minstens 50? Dan weet je dus dat je in mei 2028 werknemersvertegenwoordigers moet laten kiezen. Ook de rest van de sociale verkiezingen verloopt via een strikte timing en procedure.
Maar eerst: werknemers tellen. Wie telt mee en wie niet? En waar let je op om het gemiddelde aantal werknemers te berekenen?
1. Wie telt mee als werknemer?
Je turft de dagen dat iemand in je onderneming aan de slag was tijdens de referteperiode als hij of zij:
- een arbeidscontract heeft, ongeacht de duur;
- een beroepsopleiding volgt of andere leerovereenkomst heeft;
- uitzendkracht is. Over de specifieke regels bij uitzendkrachten vertellen we je meer begin 2027. Pas dan worden die echt relevant, want bij hen tel je enkel de gewerkte dagen tussen 1 april 2027 en 30 juni 2027.
Ben je klant bij SD Worx en gebruik je e-Blox of Payroll? Dan kun je uit de applicatie een overzicht halen van de werknemers die je moet opnemen in je berekening. Andere klanten kunnen met ons contact opnemen via socialeverkiezingen@sdworx.com.
Goed om te weten: vervangt iemand een afwezige werknemer? Dan tel je die niet mee.
Leerovereenkomsten: what's in a name?
Vorming en ontwikkeling van medewerkers staat bij veel bedrijven steeds hoger op de prioriteitenlijst. Daarnaast proberen ze met aantrekkelijke leer- of stageovereenkomsten nieuwe medewerkers aan te trekken in de krappe arbeidsmarkt van vandaag. Komt daar nog bij dat beroepsopleidingen beleidsmatig regionale materie zijn – en je begrijpt meteen waar de wildgroei van opleidingssystemen en -statuten vandaan komt: IBO-opleiding, werkstudent, duaal leren, deeltijdse arbeidsovereenkomsten enzovoort.
Waar knelt precies het schoentje? De regels voor de sociale verkiezingen zijn federaal bepaald. Maar … er is geen sluitende juridische inventaris die alle regionale leerstatuten en hun varianten opsomt die je moet opnemen in je tewerkstellingsberekening. Als werkgever beslis je dus zelf of 'een leerling' meetelt of niet.
Vooral stagiairs bevinden zich hier in een schemerzone. Ze hebben geen arbeidscontract en strikt genomen kun je hen ook geen 'leerlingen' noemen. Vandaar oordelen onze legal advisors veelal dat je ze niet hoeft op te nemen in de telling.
Je bekijkt het in ieder geval het beste per situatie. Maak je een inschattingsfout, dan heeft dat meestal geen negatieve gevolgen. Wel kan dat het verschil maken om de tewerkstellingsdrempel net wel of net niet te halen. Om juridisch zeker te zijn van je keuze, laat je je best bijstaan door een expert. Je bereikt onze experts via socialeverkiezingen@sdworx.com.
2. Hoe bereken je de gemiddelde tewerkstelling?
Voor elke werknemer – arbeider, bediende, handelsvertegenwoordiger, student en leerling – tel je het aantal dagen dat hij of zij aan de slag was tijdens de referteperiode. Dat getal deel je door 365 (of 730 bij werknemers die minder dan 75% van een voltijdse aanstelling werkten) om tot het gemiddelde te komen.
Meer info over uitzonderingen, alternatieve berekeningen (zoals bij uitzendkrachten) en alles wat je nog wilt weten over de sociale verkiezingen in 2028 wordt gedurende de hele kiesprocedure aangevuld op onze website.
3. Wat is het gewoonlijk gemiddelde?
Heb je je gemiddelde tewerkstelling berekend, dan moet je ook aantonen dat dat 'gewoonlijk' het aantal werknemers is in je onderneming, dus niet toevallig enkel in de referteperiode. Bijvoorbeeld:
- als je tijdens de referteperiode meer mensen hebt aangeworven of jobstudenten hebt tewerkgesteld dan normaal, dan kan het zijn dat je de tewerkstellingsdrempel net bereikt.
- als je als gevolg van een crisisperiode of herstructurering op het einde van de referteperiode een stuk minder mensen in dienst hebt, dan kan je gemiddelde tewerkstelling toch nog boven de grens uitkomen.
In beide gevallen kun je dan argumenteren dat de gemiddelde tewerkstelling die je berekende, niet het 'gewoonlijk gemiddelde' is.